8
Zinnen maken met modale werkwoorden.Met moeten en hoeven in enkelvoud en meervoud.
| Het verschil met moeten en hoeven 1. Het moet wel, want het is verplicht. Dit moet je weten: Bij moeten mag je het Bij.w (wel / niet) gebruiken in een zin, maar het hoeft niet. Bij korte zinnen gebruiken we het woordje "wel" vaak extra om te laten zien dat het écht verplicht is. 2. Het mag wel, maar je hoeft het niet te doen. Dit moet je weten: Hier gelden 2 regels: • Bij hoeven moet je altijd een ontkenning "niet, geen of nooit" gebruiken. • Het woord hoeven kan bijna nooit alleen staan. Er moet altijd het woordje "te" direct vóór het Actie.ww staan (bijvoorbeeld: te eten, te schrijven). |
| 1. Bevestigende zinnen. Wie (De jongen) — Mod.ww (moet / hoeft) — Bij.w (wel / niet.) Vraagzinnen Mod.ww(moet / hoeft) — Wie (de jongen) — Bij.w (wel / niet?) — Zinnen 1 ≡ 2. Bevestigende zinnen. Wie (De jongen) — Mod.ww (moet / hoeft) — Bij.w (wel / niet) — Waar / naar (naar school.) Vraagzinnen Mod.ww (moet / hoeft) — Wie (de jongen) — Bij.w (wel / niet) — Waar / naar (naar school?) Zinnen 2 ≡ 3. Bevestigende zinnen. Wie (De jongen) — Mod.ww (moet / hoeft) — Wanneer (vandaag) — Bij.w ( __/ niet / geen/ nooit) — Waar (naar school.) Vraagzinnen Mod.ww (moet / hoeft) — Wie (de jongen) — Wanneer (vandaag) — Bij.w ( __ / niet / geen / nooit) — Waar / naar (naar school?) Zinnen 3 ≡ 4. Bevestigende zinnen. Wie (De jongen) — Mod.ww (moet / hoeft) — Wanneer / tijd (vandaag om 10 uur) — Bij.w (niet / geen/ nooit) — Waar (op school) — Actie.ww ( te eten.) Vraagzinnen Mod.ww (moet / hoeft) — Wie (de jongen) — Wanneer/ tijd (vandaag om 10 uur) — Bij.w (niet / geen / nooit) — Waar / naar (op school) — Actie.ww (te eten?) Zinnen 4 ≡ 5. Bevestigende zinnen. Wie (De jongen) — Mod.ww (moet / hoeft) — Wanneer / tijd (vandaag om 10 uur) — Bij.w (niet / geen/ nooit) — Bz.vnw / Wat (zijn appel) — Waar / waar ( op school) — Actie.ww ( te eten.) Vraagzinnen Mod.ww (moet / hoeft) — Wie (de jongen) — Wanneer / tijd (vandaag om 10 uur) — Bij.w (niet / geen / nooit) — Bz.vnw / Wat (zijn appel) — Waar / naar (op school) — Actie.ww (te eten?) Zinnen 5 ≡ |